Tijdens je werk als operatieassistent krijg je het meest te maken met de volgende afdelingen:

Polikliniek

Als operatieassistent werk je hoofdzakelijk op het operatiekamercomplex. Het kan ook voorkomen dat een operatieassistent wordt ingezet bij kleine poliklinische operaties. Je krijgt dan te maken met operateurs of artsen in opleiding en personeel van de polikliniek. Deze kleine operaties gebeuren meestal zonder anesthesie en met lokale verdoving.

Centrale Sterilisatie Afdeling

Als operatieassistent heb je vaak contact met medewerkers van de sterilisatieafdeling. Deze medewerkers zorgen ervoor dat het gebruikte instrumentarium weer wordt gewassen en gesteriliseerd. Omdat je als operatieassistent soms een gebrek of defect aan het instrumentarium opmerkt, moet dat gerepareerd worden. Dit moet dan worden doorgeven aan de afdeling centrale sterilisatie.

Radiologie

Het komt regelmatig voor dat er tijdens een operatie een röntgenfoto gemaakt moet worden. Over het algemeen doorlichten wij als operatie assistenten zelf maar het wil wel eens voorkomen dat we bij ingewikkelde fracturen en wanneer er veel doorlichting nodig is de röntgenlaborant voor hulp bellen.

Diensten

In het begin van de opleiding wordt je alleen ingedeeld in dagdiensten. Als je verder in de opleiding bent, ga je ook late diensten en avonddiensten draaien. We kijken daarbij altijd goed naar de student zelf, of hij/zij er al aan toe is. Om late en avonddiensten te kunnen draaien, moet je aan bepaalde opleidingsdoelen voldoen. Late en avonddiensten doe je altijd samen met je collega operatieassistent en een anesthesiemedewerker.

  • Dagdiensten zijn van 7.30 tot 17.00 uur
  • Late diensten zijn van 9.00 tot 18.30 uur
  • Avonddiensten zijn van 12.30 tot 22.00 uur, met daarna bereikbaarheidsdienst tot de volgende ochtend 7.30 uur. Bereikbaarheidsdienst betekend dat je naar huis gaat en je mobiele telefoonnummer achterlaat bij de receptie. Zij bellen in opdracht van de operateur als er een patiënt is die geopereerd moet worden. Dat kan soms midden in de nacht zijn! Als je ’s nachts gewerkt hebt, mag je de volgende dag later komen.

Als je gebeld wordt voor een operatie, betekent het dat er haast geboden is. Soms is er iemand in levensgevaar en soms heeft het iets minder haast. Je komt voor allerlei uitdagingen te staan en er wordt soms veel gevraagd van je creativiteit. Het is daarom belangrijk dat je snel in het ziekenhuis bent. In het Rode Kruis Ziekenhuis hanteren we een aanrijtijd van 30 minuten. Dat betekend dat je, vanaf het moment dat je telefoon gaat, binnen 30 minuten omgekleed op de operatieafdeling moet kunnen zijn. Er zijn kamers in de personeelsflat beschikbaar mocht je niet binnen het half uur aanwezig kunnen zijn.

Omdat de ok een afdeling waar veel gebeurt, kan het bijvoorbeeld gebeuren dat er van je gevraagd wordt om een werkdag te ruilen met een vrije dag of een dagdienst in een late dienst. Er wordt verwacht dat je flexibel in het ruilen van diensten.

Kwaliteit

Omdat het RKZ een kwaliteitskeurmerk heeft, worden alle procedures en protocollen vastgelegd volgens een kwaliteitssysteem. Dit betekend bijvoorbeeld dat de meest voorkomende operaties protocollen geschreven zijn. Hiermee kun je de benodigdheden klaarzetten en er staat in beschreven hoe de operatie verloopt. Deze protocollen en procedures zijn allemaal in te zien op het Intranet, op de computer die op de OK aanwezig is.

Wat houdt het beroep OK assistent in?

Elke operatie op het operatiekamercomplex in een ziekenhuis, wordt uitgevoerd door een team. Dit operatieteam bestaat uit een operateur (chirurg), anesthesioloog, een anesthesiemedewerker en twee operatieassistenten.

De operatieassistenten maken de operatiekamer klaar om te opereren, assisteren de operateur tijdens de operatie en ruimen na de operatie  de operatiekamer op en maken de operatiekamer weer gereed voor de volgende operatie. Tijdens het werk heeft de operatieassistent afwisselend drie rollen: omloop, instrumenterende en assisterende.

Omloop

Voor de operatie…

De patiënt wordt door de verpleegkundigen van de verpleegafdeling naar de buffer gebracht. De buffer is een deel van de uitslaapkamer waar de patiënten worden ontvangen op het operatiekamercomplex en waar de overdracht van de verpleegkundigen van de afdeling naar de ok plaats vind. Voor de operatie haalt de omloop samen met de anesthesiemedewerker de patiënt op van de buffer en vervoert de patiënt in zijn of haar bed naar de operatiekamer. Op de operatiekamer aangekomen begeleid de anesthesiemedewerker de patiënt verder, en de omloop richt zich op het voorbereiden van de operatie door het uitpakken en aangeven van de steriele materialen die tijdens de operatie nodig zijn. De tweede operatieassistent is instrumenterende (zie volgende alinea), de operatieassistenten wisselen elkaar bij elke operatie af in hun taken als omloop en instrumenterende.

Tijdens de operatie…

Tijdens de operatie is de omloop de schakel tussen het steriele en onsteriele veld. De omloop sluit de apparatuur die tijdens de operatie gebruikt wordt aan en geeft tussendoor extra benodigdheden aan de instrumenterende aan. Tussendoor zet de omloop spullen voor de volgende operatie klaar en ontvangt eventueel afgenomen weefsel van de instrumenterende, dat volgens een protocol verzorgt en verstuurt wordt. Een erg belangrijke handeling die bij elke operatie terugkomt, is het uitvoeren van het gazentelprotocol. Hierbij wordt door de omloop en instrumenterende volgens een protocol de gebruikte gazen geteld om er voor te zorgen dat er niets achter blijft in de patiënt. De omloop en de instrumenterende zijn samen verantwoordelijk voor het kloppen van de gazen.

Na de operatie…

Aan het eind van de operatie helpt de omloop met het opruimen van de gebruikte steriele en onsteriele spullen en het verbinden van de operatiewond. Ook helpt de omloop bij het terugleggen van de patiënt in het bed en het vervoer van de patiënt naar de uitslaapkamer.

Instrumenterende

Voor de operatie…

Voorafgaand aan de operatie wast de instrumenterende operatieassistent zijn of haar handen volgens het handenwasprotocol. Daarna trekt de instrumenterende een steriele jas en handschoenen aan. De instrumenterende dekt één of twee tafels af met een steriel laken of hoes en begint daarna de instrumenten klaar te leggen. De instrumenten zitten in een metalen net ongeveer zo groot als een dienblad en ze zijn verpakt in grote papieren vellen. Ondertussen geeft de omloop de los verpakte steriele spullen aan, die de instrumenterende onder het klaarleggen van de instrumenten aanpakt. Naast de instrumenten heb je bijvoorbeeld voor elke operatie ook een  mesje, gazen en afdekmateriaal nodig. Daarnaast kan het zijn dat er nog veel meer losse steriele spullen aangegeven moeten worden, afhankelijk van de operatie.

De instrumenten worden in een bepaalde volgorde neergelegd op een tweetal tafels: de overzettafel en de instrumententafel. De overzettafel is een tafel met één grote poot, die tijdens de operatie boven de voeten van de patiënt wordt geschoven. De belangrijkste instrumenten voor de operatie liggen op deze tafel. Op de instrumententafel, die naast de operatietafel wordt gezet, staat het instrumentennet en instrumentarium dat niet direct voor de operatie nodig is.

Als het instrumentarium klaarligt, geeft de instrumenterende de steriele jas en handschoenen aan de operateur aan en daarna wordt het operatiegebied gedesinfecteerd. Na het desinfecteren wordt het operatiegebied afgedekt met steriel afdekmateriaal. Als het afdekmateriaal aangebracht is, worden de steriel tafels aangeschoven en de steriele snoeren en slangen uitgerold. De omloop sluit deze slangen en snoeren aan op de apparatuur die aangeschoven wordt bij de operatietafel.

Tijdens de operatie…

Tijdens de operatie staat de instrumenterende aan het naast het voeteneind van de operatietafel, aan de overzijde van de operateur. Op deze manier kan het instrumentarium veilig en op de juiste manier aangegeven worden. Tijdens de operatie is de instrumenterende verantwoordelijk voor het geven en terugkrijgen van het instrumenten. Ook zorgt de instrumenterende ervoor dat de juiste instrumenten op tijd aanwezig zijn, door bijvoorbeeld de omloop opdracht te geven om bepaalde instrumenten, materialen en middelen te halen uit de voorraad. Uiteraard is het heel belangrijk dat de instrumenterende de instrumenten in de juiste volgorde en op tijd aangeeft. Daarom is het belangrijk dat een operatieassistent het operatieverloop heel goed kent; als omloop, om te kunnen inspelen op de fase van de situatie en als instrumenterende om de instrumenten op het juiste moment te kunnen aanreiken. Sommige operaties duren  lang, het tempo ligt laag en de sfeer is rustig. Sommige operaties zijn complex, met veel instrumentarium, een hoog tempo en een hectische omgeving. Als operatieassistent moet je om kunnen gaan met deze verschillende situaties.

Na de operatie…
Aan het eind van de operatie verbind  je, samen met de omloop en operateur, de operatiewond en ruim je het gebruikte instrumentarium op. Als dat gedaan  is zorg je er samen met de omloop voor dat de patiënt wordt overgetild in zijn bed en dat de operatiekamer weer klaargemaakt wordt voor de volgende ingreep.

Assisterende

Voor de operatie…

Meestal komt er naast de operateur een arts in opleiding mee die assisteert tijdens de operatie. Als dat niet het geval is, gaat er een operatieassistent assisteren. In sommige ziekenhuizen komt het voor dat er geen artsen in opleiding zijn en dat er standaard drie, in plaats van twee, operatieassistenten worden ingedeeld op een operatiekamer. Eén van deze drie assisteert dan tijdens de operatie. Meestal wordt er per operatie gewisseld van rol omloop, instrumenterende en assisterende.

Tijdens de operatie…

Het belangrijkste tijdens de operatie voor de assisterende is, dat het te opereren gebied gepresenteerd wordt. De assisterende moet ook hechtdraden kunnen knopen en knippen en klemmen van het weefsel af kunnen nemen.

Na de operatie…

Na de operatie trekt de assisterende de steriele jas uit en werkt verder samen met de omloop.

Toekomst

Na diplomering zijn er diverse mogelijkheden om je verder te ontwikkelen.

Binnen het Rode Kruis Ziekenhuis kunnen zich de volgende mogelijkheden voordoen:

  • Specialisme-deskundige
    Als specialisme-deskundige ben je aanspreekpunt voor een specialisme. Dit betekent dat je allerlei zaken met betrekking tot het instrumentarium, protocollen en andere materialen en middelen regelt en organiseert. Je hebt hierover contact met artsen en je licht je collega’s in over wijzigingen. Je denkt mee over vakinhoudelijke wijzigingen voor nieuwe operatietechnieken. Soms doe je bestellingen voor je specialisme en hebt je contacten met firma’s.
  • Leidinggevende functies
    Op het operatiekamercomplex zijn twee soorten leidinggevende functies, namelijk hoofd OK (afdelingsleider) en dagcoördinator. Voor beide opleidingen doe je aanvullend een management opleiding op het gebied van de zorg. Zie het kopje ‘leiding van het operatiekamercomplex’, voor de inhoud van deze functies. De meeste managementfuncties worden fulltime uitgevoerd, je staat dan niet meer op de OK.
  • Praktijkopleider/opleidingscoördinator
    Na de opleiding tot operatieassistent of anesthesiemedewerker kun je een aanvullende post-hbo opleiding tot praktijkbegeleider volgen. Je coördineert dan de opleiding van de operatieassistenten en/of de anesthesiemedewerkers. Meestal wordt deze functie gecombineerd met het werken als operatieassistent. Zie het kopje ‘opleidingscoördinator’ voor de inhoud van deze functie.
  • Anesthesiemedewerker
    Na het behalen van je diploma operatieassistent kun je de gelijkwaardige opleiding tot anesthesiemedewerker volgen. De aanmelding en sollicitatieprocedure daarvoor is gelijk aan de opleiding tot operatieassistent. Zie verderop in deze folder voor meer informatie over de opleiding tot anesthesiemedewerker.

Buiten het Rode Kruis Ziekenhuis zijn er diverse mogelijkheden om je verder te ontwikkelen:

  • Physician assistent
  • Cardio- en thoraxchirurgie
  • Werken als bijvoorbeeld vertegenwoordiger bij een leverancier van ok-artikelen
  • Docent aan de opleiding tot operatieassistent

Meer informatie

Heb je na het lezen van deze site nog vragen, neem dan via e-mail contact op met de opleidingscoördinatoren Angela van Holten en Esther van Dijk van het operatiekamercomplex. Het emailadres is okopleidingen@rkz.nl


Opleidingseisen

– Een Havo diploma (bij voorkeur het profiel natuur en techniek) of VWO diploma

– Een diploma HBO-v

– Een ontheffing van de vooropleidingseisen: kandidaten die beschikken over een (buitenlandse) vooropleiding waarin het niveau vergelijkbaar kan zijn met de instroomeisen van de CZO-opleiding die zij willen volgen, kunnen een ontheffing van de vooropleidingseis aanvragen. Het besluit tot het toekennen van een ontheffing wordt genomen door de betreffende opleidingscommissie van het CZO.

Een aanvraag kan worden ingediend voor de volgende CZO opleidingen:

  1. Ambulanceverpleegkundige
  2. Anesthesiemedewerker
  3. Klinisch Chemisch Analist
  4. Operatieassistent (eerste deskundigheid)
  5. Radiodiagnostisch Laborant
  6. Radiotherapeutisch Laborant

De opleiding tot operatieassistent duurt 3 jaar. De opleiding tot operatieassistent is competentiegericht. Dit betekent dat het beroep omschreven is in een aantal rollen, met daarbij behorende competenties. Je werkt aan de competenties om bekwaam te worden in een rol. Om die bekwaamheid te bewijzen, worden er per praktijkleerperiode enkele praktijktoetsen gedaan. Deze praktijktoetsen noemen we assessments. Hieronder lees je hoe de opleiding is opgebouwd.

Beroepsvoorbereidende periode

De opleiding tot operatieassistent begint met een beroepsvoorbereidende periode (BVP). Deze duurt 16 weken bestaat voornamelijk uit het volgen van lessen op het opleidingsinstituut. De Amstel Academie, het opleidingscentrum van de VU in Amsterdam, verzorgt het theoretische gedeelte van de opleiding. De theorie bestaat onder andere uit anatomie, fysiologie, operatieve zorg en technieken en kennis over de ok en het ziekenhuis. Je loopt in de BVP een week stage op verschillende diagnostische afdelingen, zoals radiologie en laboratorium. Ook loop je vier weken stage op een verpleegafdeling, waar je meeloopt met de verpleegkundigen.

Alle theorie in de BVP wordt afgesloten met toetsen. Om door te kunnen gaan moet je de BVP afronden met een voldoende voor alle vakken.

Beroepsbegeleidende periode

De beroepsbegeleidende periode bestaat uit 6 praktijkleerperioden (plp). Als je de BVP hebt afgerond met een voldoende begint je eerste praktijkleerperiode op het operatiekamercomplex.

Na kennismaking met de opleidingscoördinator en je werkbegeleiders wordt je meteen ingedeeld op de ok om het vak te leren.

Je werkbegeleiders zijn gediplomeerde operatieassistenten die je gedurende de plp begeleiden. Zij vertellen je alles en leren je de basisbeginselen van het vak, je begint met omlopen. Daarnaast heb je 3 maal per plp een begeleidingsgesprek met hen en de opleidingscoördinator. In het laatste gesprek worden je leerresultaten beoordeeld. Er is een voldoende beoordeling nodig om  door te kunnen naar de volgende periode.

In de volgende perioden leer je instrumenteren en ga je steeds complexere operaties omlopen, je gaat steeds zelfstandiger werken. Aan het eind van de opleiding kun je zelfstandig hoogcomplexe operaties instrumenteren, assisteren en omlopen.

Diploma

Als je na 3 jaar de opleiding met een voldoende voor de praktijk en theorie hebt afgerond, ontvang het landelijk erkende CZO-diploma operatieassistent.

Solliciteren

Ben je een stressbestendige teamplayer met een groot verantwoordelijkheidsgevoel? Geïnteresseerd in gezondheid en het menselijk lichaam?

Solliciteer dan naar een opleidingsplaats voor leerling operatieassistent! Elders op deze internetsite onder de link ‘vacatures’ staat aangeven wanneer er een vacature is voor deze opleidingsplaats. Op dit moment is er geen vacature. Indien er een vacature beschikbaar is, kunt u hierop solliciteren door middel van onderstaande link. Voor verder informatie, zie de ‘vacatures’ op deze website.